donderdag 31 december 2009

Filmjaarlijst 2009

1. Moon
Het is lastig om lovend over deze film te spreken zonder het plot te verraden. Daarom ga ik vooral in op de achterliggende themas. De afgelopen jaren zijn goed geweest voor het intelligente science-fiction genre. Dat is een goede ontwikkeling omdat intelligente sci-fi ons doorgaans confronteert met de ethische en sociale implicaties van een steeds sneller ontwikkelende technologie. Moon doet dat zonder zich te beroepen op een belerende visie of een bepaald mensbeeld, maar door empathie en een volledig voorstelbare subjectieve beleving. Het is juist vanuit dit standpunt dat we een non-dogmatische discussie kunnen voeren. Helaas ontbreekt deze benadering in de actuele discussies over de implicaties van nieuwe techonologie. Gelukkig is de regisseur van Moon, tevens de zoon van David Bowie, er om ons te laten zien hoe een mens in het gedrang kan worden door een gecommercialiseerde technologische ontwikkeling. Waar Kubrick technologie als een oncontrolleerbare, potentieel kwaadaardige macht afspiegelde, laat Moon ons zien dat technologie neutraal is, en maakt zich daarmee tegelijk los van het conservatief xenofobische filmtrekje om nieuwe dingen als gevaarlijk af te beelden.

2. Antichrist
Lars von Triers film is niet alleen prachtig atmosferisch, maar heeft ook een gedegen inhoud. Middels het concept van antichrist zet hij een inversie neer van de christus-figuur en de verhaalstructuren daaromheen, zoals bijvoorbeeld de drie koningen in de vorm van drie dieren in het woud. Daarmee vervlochten loopt een uitbeelding van de inherente misogynie in de geschiedenis van het christendom, in de vorm van een zelfkastijdende vrouw die zich bewust is van haar inherente kwaad. Bijbelse setting zoals de sekscene onder de boom van kennis over goed en kwaad ontbreekt daarbij niet. Zelfs de namen van de karakters, She en Him, doen ons realiseren dat we te maken hebben met archetypes. Deze analyse is natuurlijk verre van compleet, maar ik vermoed dat Von Trier met Antichrist niets minder dan een psychoanalyse het christendom an sich heeft ondernomen, zowel tekstueel als genealogisch, en dit is naar mijn precies wat de Europese samenleving nodig heeft.

3. The Bad Lieutenant: Port of Call - New Orleans
Ik denk dat de achterliggende betekenis van Bad Lieutenant onder critici tot nu toe bijzonder onderschat is. De meeste recensies spreken van een eigenzinnige film, die in zijn absurditeit zowel komisch als beangstigend is. Hoewel dit wellicht waar is, denk ik dat we het grenzeloze nihilisme van Werner Herzog op geen enkele manier moeten onderschatten. Bad Lieutenant geeft uitdrukking aan de totale futiliteit van morele gedragscodes en de totale oncontrolleerbaarheid van de realiteit die we daarmee tevergeefs proberen te bezweren. In de film zijn we getuige van schandelijk machtsmisbruik en een slim gevonden analogie tussen de exponentiële toename van drugsverslaving en criminaliteit. Beide dwingen ons in hun handeling tot een herhaalde maar intensievere handeling. We worden echter ook confronteerd met het feit dat machtsmisbruik niet altijd tot straf leidt, erger nog, straf bereikt nooit de juiste persoon. Terechte straf is een fantasie die we de wereld opdrukken op basis van onze beperkte perceptie. Aan de andere kant manifesteert beloning zich eveneens zonder dat deze verdiend is. De wereld is volgens Werner Herzog een ontzettend oncontrolleerbare en daarmee gevaarlijke plek, en elke poging om daarin structuur aan te brengen (de herhaling van drugsverslaving) of te ontsnappen (achter de ondekkingsreizigersfantasie schuilt een diep nihilisme, zoals we vorig jaar in Encounters at the End of the World zagen) is puur bedrog. Tegelijkertijd hebben we ook een bepaald vermogen om te kunnen omgaan met de vijandigheid van de buitenwereld, de natuur, de kosmos. Dat is wellicht de reden waarom Herzog in zijn vruchtevolle carriëre zoveel portretten van eigenzinnige mensen heeft gemaakt. Het lijkt erop dat Herzog wil zeggen dat we juist in onze openheid onze redding vinden en niet in kunstmatige structuren waarmee we de chaos proberen te beheersen.

4. Watchmen
Ik kwam even in de verleiding om Watchmen hoger te plaatsen, maar ik realiseer me dat een groot deel van de reden waarom ik deze film zo waardeer de uitermate goede vertaling van graphic novel naar film is. Toegegeven, enkele nuances in termen van herhaling en symboliek die in strippanelen prachtig uitgedrukt kunnen worden zouden in film alleen werken ik een compromisloze arthouse editing stijl, en het mag Snyder vergeven worden dat hij dit heeft weggelaten. Anderzijds zijn de filmstylistische toevoegingen ook erg sterk, met name het gebruik van de soundtrack om deze alternatieve geschiedenis aan die van ons te linken en de brilliante openingsmontage, die iets soortgelijks doet. De functie die het verhaal heeft als tegelijk studie van wat onze fascinatie met helden is, als hoe de wereld zou zijn als superhelden echt bestonden is al vele malen eerder beschreven. In dat opzicht draagt de film weinig nieuws bij. Wat de film echter wel op een fascinerende wijze doet is laten zien hoe je het belangrijkste van een kunstproduct in het ene medium kunt overdragen in het andere: enerzijds heel trouw blijven aan de themas, anderzijds vrijheid nemen met de uitbeelding van de loop van de tijd en gebruik maken van de unieke kwaliteiten van het medium.

5. Zombieland
Zombieland is een onwaarschijnlijk goede synthese tussen een Apatow- en een zombiefilm. De inherente boodschap van Apatow-films lijkt wel het scenario van ‘the geeks inherit the Earth.’ Doorgaans uit zich dat in een onwaarschijnlijke romance voor de ongemakkelijke nerd, op zich al een interessante boodschap om een populaire cultuur in te sturen die meestal het tegendeel bericht. Zombieland neemt dit scenario heel letterlijk: juist door zijn neurotische trekken en sociale afstandelijkheid kan de hoofdpersoon een zombie-apocalypse overleven. Het is interessant hoe de film erin slaagt om de zombies puur de setting te maken om het aannemelijk te maken dat het knappe meisje voor de nerd zal gaan. Vanaf dat moment voltrekt Zombieland hetzelfde scenario terwijl de humor en de soundtrack centraal staan.

6. World's Greatest Dad
Goldthwait’s eerste echt goede film is het slachtoffer van verschrikkelijk slechte marketing (zie poster), maar toegegeven laat deze film zich ook niet promoten in marketingtermen. Dit is overigens een compliment voor de film. Zonder teveel van het plot te onthullen kan ik zeggen dat World’s Greatest Dad een melancholische film is die vooral de hypocrisie na een zelfmoord aan het licht brengt en de haast inhoudsloze determinant die maakt dat iets voor mensen ineens interessant is.


7. Iglourious Basterds
Waarschijnlijk staat deze film op vele lijstjes hoger, maar hoe meer ik erover na denk, hoe meer ik me realiseer hoezeer deze film is gevuld met Tarantinoismes. Tarantino heeft zijn eigen niche waarin iedereen weet wat hij van hem kan verwachten. Op zich is daar niets mis mee, maar na een aantal decennia begint de formule voor iedereen wel inzichtelijk te worden en daarmee zijn kracht te verliezen. Nochthans is de film zeer vermakelijk en wil ik Tarantino prijzen voor de vooruitstrevende manier waarop hij probeert het titanisch vervelende Tweede Wereldoorlog trauma, waar we al veel te lang mee opgezadeld zitten, te verwerken. Dit doet hij op glorieuze wijze door allereerst de monsterlijkheid van de nazi’s te deflateren en persifleren, te laten zien dat er individuen zijn die zich monsterlijk gedragen aan beide kanten van de oorlog en in een poging om het leed te doen vergeten symbolisch zowel de film als het publiek met vuur te zuiveren.

8. Black Dynamite
Deze parodie op blacksploitation is tot in elk detail authentiek en hilarisch.
















9. Das Weisse Band

Haneke's boodschap is me nog niet geheel duidelijk. Wil hij werkelijk ons laten zien hoe de nazi generatie is begonnen, of is het allemaal een sluwe setting om onze onmenselijkheid tegenover de jongere generaties aan het licht te brengen. De meer allegorische lezing wint kracht wanneer we verbanden gaan zien tussen puriteinisme en hypocrisie in de moderne samenleving. De laatste scene lijkt in ieder geval een directe aanklacht tegen het publiek, een stijlvorm die Haneke niet bepaald vreemd is. Wanneer we de film in de bioscoop bekijken, zien we ineens de dorpelingen in een spiegelopstelling tegenover ons zitten op tribunes in een schouwburg. Maar ook deze scene is op twee manieren te lezen. Haneke breekt in Funny Games veelvuldig de vierde muur, waaruit blijkt dat een personnage zich bewust is dat hij bekeken wordt. Kijken de mensen in de schouwburg ons hier beschuldigend aan? Anderszijds kunnen we het bioscoopscherm hier ook als spiegel zien. In dit geval worden we geïdentificeerd met de dorpelingen.

10. Gedeelde plaats Drag Me To Hell - Adventureland

















Runners up:
500 Days of Summer/Away We Go/Crank: High Voltage/Funny People/Taking Woodstock/The Boat That Rocked/Up/Where the Wild Things Are

Niet gezien: A Serious Man, Fantastic Mr. Fox, The Box, The Imaginarium of Doctor Parnassus

Beste direct to dvd: Battlestar Galactica: The Plan
‘The Horror...’ award: Dance Flick, Stan Helsing
Meest Hillarische blockbuster: G.I. Joe: The Rise of Cobra
Meest bedroevende blockbuster: 2012
Meest zielloze shell of a movie: The Break-Up Artist
Beste animatieshort: I am so proud of you
Beste onthulling van het snode mais masterplan: Food Inc.

maandag 22 december 2008

Filmjaarlijst 2008

Kwantitatief was 2008 een wat mager filmjaar, maar gelukkig kregen we wel een aantal films van zeer hoge kwaliteit. Het is uiteraard weer onmogelijk om alles gezien te hebben (zo heb ik hoge verwachtingen van Slumdog Millionaire), maar bij deze mijn impressie van de tien beste films van het jaar. Hoe denkt u daarover?

1. My Winnipeg
Guy Maddin's quasi-autobiografische film houdt midden tussen een documentaire en een memoir van zijn relatie met zijn geboortestad Winnipeg. De verhalen over de stad lijken op het eerste gezicht volledig gefabriceerd, maar een beetje research leert dat vele toch geheel waar zijn, zoals de locatie waar al vele jaren bevroren paardenhoofden uit de grond steken. De slimme combinatie tussen feit, legende en fictie geeft een wonderlijk historisch, maar toch persoonlijk beeld van de stad. In een ander onderdeel van de film huurt Maddin acteurs in om traumatische gebeurtenissen uit zijn jeugd na te spelen in zijn ouderlijk huis. Dit wordt des te vreemder gemaakt door het feit dat de huidige bewoner van het huis weigert om te vertrekken tijdens het filmen. Maddins stijl, die al eerder in Brand Upon the Brain (2006) zo succesvol was, zit ergens tussen een anachonistische toepassing van het impressionisme uit de silent film tijd, compleet met superimpositions en title cards, en een reguliere documentaire met Maddin's voice-over. Het resultaat is de persoonlijke mythe van Winnipeg, die zelfs voor buitenstaanders tastbaar wordt. (trailer)

2. Wall-E
De meest gehoorde kritiek op WALL-E was dat diens maatschappijkritiek niet zo origineel is. Toch hebben we eerder slechts elementen daarvan gezien en is de gecombineerde kritiek op het huidige ultra-kapitalisme en het onleefbaar maken van onze planeet nooit in tot zijn volle strekking doorgevoerd. De meeste films houden op dit punt op, WALL-E begint daar juist. Stylistisch is de film voor Pixar een grote doorbraak. In de kunstmatige omgeving van het ruimteschip wordt alles teruggevoerd tot symbolen. De subtiele maar toch transparante design van de symbolen, en diens volledige intergratie in het verhaal zijn baanbrekend. Zo staat centraal niet zo zeer het plantje, maar het symbool voor het plantje, dat al het plantenleven op Aarde symboliseert. Thematisch is het een interessante aanname dat ultra-kapitalisme bij gebrek aan productiemogelijkheden degenereert in een technocratie, zoals we zien in het feit dat de overgebleven mensen op het ruimteschip gevangenen zijn van de boordcomputer, die handelt naar bevelen van een al lang overleden CEO.

3. Encounters at the End of the World
Herzog's gehele euvre, zowel zijn films als documentaires, is een benadering van de excentrische mens. Over het algemeen is dit wat interessanter in zijn documentairewerk aangezien men dan naar echte mensen kijkt. Nu zou een zoveelste documentaire over Antartica niet zo veel toevoegen, maar in Encounters at the End of the World zet de Duitse regisseur de pool neer als de plek waar ieder zonderling figuur die van de kaart af valt terrecht komt. Bizarre persoonlijke verhalen worden gemengd met een studie van de enige stad in Antartica, die fungeert als een thuisbasis voor uiteenlopende onderzoekers. Herzog heeft geen gesentimentaliseerd beeld van de natuur, maar ziet het juist als een obscene gruwel en dit komt met name naar voren in zijn beelden van de zeewereld onder het ijs. Volgens Herzog zijn we als landdieren die monsterlijke diepte uit schrik ontvlucht. Zelfs pinguins schijnen af en toe hun leven in de kolonie vaarwel te zeggen, om op pad te gaan en nooit meer te stoppen. Uiteindelijk is Encounters vooral Herzog's persoonlijke visie op Antartica, maar dat maakt het geheel niet minder interessant gezien de vele interessante verhalen die rond de man ontstaan, met of zonder de camera, waar hij ook gaat. (trailer)

4. The Dark Knight
Waar Batman Begins een sterk origin-verhaal was met zwak uitgewerkte villians, zet The Dark Knight een echt Batman verhaal neer. Batman reageert op villains met een boeiende pathologie en toont daarmee de belangrijkste facetten van zijn karakter: millionair, technocraat, detective en dark knight met een jeugdtrauma als motivatie. Zwakke punten uit het vorige deel zoals Katie Holmes zijn vervangen. De film trapte op veel tenen toen deze gedurende enige tijd bovenaan de imdb top 250 kwam te staan. Hoewel deze positie natuurlijk niet terrecht was, slaagt de film er wel in om niet teleur te stellen na de hype. Heath Ledger was goed als de Joker, maar er gaat teveel eer naar zijn acteerwerk die eigenlijk naar het script dient te gaan. Als algemeen waanzinnig karakter is de Joker de uitgekozen persoon om door de zwart-wit moraal die traditioneel met strips geassocieerd wordt heen te prikken.

5. Ponyo on a Cliff
Elke nieuwe Hayao Miyazaki film is goed nieuws. Thematisch is Ponyo de tegenhanger van nr. 3. Miyazaki ziet in plaats van gruwel een wonderlijke wereld in de zee en, in het verlengde daarvan, de natuur. De natuur is wonderlijk omdat wij ermee verbonden zijn voor ons bestaan, tegelijkertijd zijn ook mysterieuze wezens afhankelijk van de natuur. Daarom koppelt Miyazaki de natuur ook aan magie en mythen. Centraal aan Ponyo staat de meermin-mythe: een magische goudvis betreedt de mensenwereld. In de beelden van de magische onderwaterwereld bereikt Miyazaki een zeldzaam niveau van animatie-surrealisme. (trailer)

6. In Bruges
Cynische huurmoordenaars + racistische midget + mistige middeleeuwse Belgische stad = een door en door vermakelijke film.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.

7. Diary of the Dead

Door het abominable Cloverfield is deze film helaas in Europa afgeschilderd als rip-off (terwijl deze film eerder uitkwam). Dat is eeuwig zonde, want Diary of the Dead is zoveel complexer en heeft daadwerkelijk wat te zeggen over het DV/internet-video genre. Op een intrigerende manier edit Romero verschillende bronnen van filmmateriaal aan elkaar om te introduceren dat de wereld onderhevig is aan een zombieplaag. Centraal staan de gefilmde belevenissen van een filmcrew van een horrorfilm. In tegenstelling tot de andere 'found footage'-films wordt het gegeven dat men koste wat het kost blijft filmen verheven tot hedendaagse pathologie: we moeten blijven filmen, anders dringt de volle realiteit van de gebeurtenissen niet door, maar tegelijk creert het een geruststellende afstand van de gefilmde horror. Het is goed om te zien dat Romero de juiste maatschappijkritiek toch nog in zich heeft nadat Land of the Dead vrijwel alle hoop daarop met de grond gelijk maakte.

8. Iron Man
Van hetzelfde kaliber als nr. 4, maar heeft zijn wortels meer in onze wereld dan het film-noir van Gotham. Iron Man roept vragen op rond de oorlogsindustrie rond Amerika's oorlogen in het midden-oosten en de terroristen die zich daartegen verzetten. Robert Downey Jr. is fenomenaal als Tony Stark, een industrialist die wordt geconfronteerd met de minder ethische kant van zijn militaire contracten. Tegelijk strijdt hij om de macht in zijn familiebedrijf, maar het middelpunt van de film is de constructie van zijn metalen harnas. Een andere film had dit waarschijnlijk afgeschreven als doodsaai en het harnas geïntroduceerd als een nieuwe hippe auto. Maar de meest bijzondere en bovendien amusante scenes zijn toch die waar Tony worstelt om zijn harnas te perfectioneren, bijgestaan door enkele robots die hij verbaal misbruikt.

9. The King of Kong
In de jaren '80 waren videogames een booming business. In die tijd kwamen de arcade-tournaments op. De mensen in deze documentaire zijn effectief de nerd uit die tijd die nog steeds dezelfde arcade spellen spelen. Het gaat hier om een conflict tussen twee recordhouders van de hoogste score in Donkey Kong Jr. Het is fascinerend om te zien hoe deze subcultuur functioneert. Zijdelinks wijkt de docu uit naar de eigenaardigheden van de spellen. Heeft u bijvoorbeeld ooit gehoord van kill screens? Op een bepaald punt kan de kaart van een spel een score niet meer aan en wordt er random data op het scherm weergegeven. Bij elk spel levert dit andere resultaten op, maar altijd zorgt dit voor een game over. Het is dus onmogelijk om de spellen uit te spelen. Wellicht heeft dit iets te maken met waarom deze mensen al twintig jaar hetzelfde spel spelen: het geeft geen closure. (trailer)

10. Bigger Stronger Faster
Waar ligt de grens tussen eerlijk en vals spelen bij sport? Waarom is America zo gefascineerd met steroiden? Welk effect heeft dit culturele beeld op de Amerikaanse bevolking? De filmmaker probeert op een erg persoonlijke wijze het antwoord te zoeken op deze vragen en betrekt daarbij zijn broers, die ieder in de ban van sterioden zijn of zijn geweest. Na het zien van deze documentaire gaat men zich afvragen of fair play in professionele sport uberhaupt mogelijk is.

Nog niet gezien: Slumdog Millionaire, The Wrestler, Waltz with Bashir, Revolutionary Road, The Curious Case of Benjamin Button, W, Che, Doubt, Wendy & Lucy, Etre les Murs, Synecdoche New York, Changeling, Repo! The Genetic Opera, The Spirit


Hoogtepunten en dieptepunten van 2008

Grootste tegenvaller: Cloverfield Matig acteerwerk, onzinnig verhaal, stupide einde. Toch was het geen verschrikkelijke film, maar na alle hype wel een gigantische tegenvaller.

Slechtste remake: My Sassy Girl Om de een of andere vreemde reden hebben de makers wel alle geweldige momenten uit de originele Koreaanse film uit gekopieerd, maar omdat de rest van de scene's niet behouden zijn missen zij totaal hun resonantie. Het resultaat is een klap in het gezicht van de mensen die zo begaan zijn met het origineel.

Franchise dieptepunt: Star Wars: The Clone Wars Het is alom bekend dat George Lucas zichzelf regelmatig in de artistieke voet schiet, maar deze film is het dieptepunt van Star Wars (en overtreft daarmee de Star Wars Holiday Special, die tenminste een camp factor heeft). De in 2D zo goede Genndy Tartakovsky designs worden in 3D volslagen ongeloofwaardig en de knieval naar de kleuters is groter dan menig kijker in staat is te tollereren. De film dient als introductie voor de nieuwe serie die, te oordelen aan de eerste afleveringen, net zo slecht is.

Leukste supervillain webmusical: Dr. Horrible's Sing-Along Blog Tijdens de writers strike verveelde Joss Whedon zich en daarom zette hij deze uitermate vermakelijke driedelige webserie in elkaar over een supervillain scientist die altijd in elkaar wordt geslagen door Captain Hammer.

Beste nieuwe serie: Superjail Het heeft een jaar geduurd sinds de pilot, maar Superjail is eindelijk een volledige serie. Het is moeilijk om je voor te stellen dat de kwaliteit van de pilot in stand kan worden gehouden, maar de volledige serie overtreft alle verwachtigen. Een groot deel van de serie draait om inventief mensen dood maken, maar de verhaallijnen zijn zo absurdistisch dat dit niet eens meer opvalt. Ieder die de serie heeft gezien zal het eens zijn met de stelling dat de makers van Superjail op dit moment de meest inventieve en creatieve animatieserie produceren.

woensdag 27 augustus 2008

Fleischer Studio feature deel 3 - Popeye

Fleischer Studios was lange tijd een belangrijke concurrent van Disney. In plaats van zich eveneens te concentreren op schattige diertjes en realistisch geanimeerde situaties koos Fleischer juist voor het tegendeel: optimaal gebruik maken van de speelsheid die inherent is aan het animatiemedium met een grote hoeveelheid surrealisme. Dit gaf het bedrijf twintig jaar lang succes en bekendheid, tot het in 1941 werd overgenomen door Paramount. In deze features worden Fleischer's opmerkelijke animatieseries beschouwd en gekoppeld aan de ontwikkeling van Fleischer Studios.



Popeye was het prototype van de superheld, zij het zonder moreel kompas. Bovenmenselijke krachten had hij wel, maar een superheld die zijn krachten ontleent aan een groen plantje klinkt nu eenmaal niet zo iconisch als Superman. De zeeman werd in 1929 geintroduceerd in E.C.Segar's Thimble Theatre strip. Hij was toen slechts een zijkarakter dat Olive Oyl het hof maakte. Het Thimble Theatre was heel traditioneel voor een krantenstrip: enkele panelen die naar een komische conclusie toe werkten.
De Fleischers zagen het potentieel van het karakter dat Segar verwaarloosde en tekenden in 1932 een contract om een serie animatieshorts te maken met Popeye in de hoofdrol. Vergelijkbaar met hoe men nu pilots voor televisieseries maakt, wilden de distributeurs eerst een enkele short om de populariteit te testen. Dit werd Popeye the Sailor (1933) in de serie Betty Boop Cartoons. Betty kwam obligaat langs met een gerecyclede dansanimatie uit een eerder filmpje, maar het ging in feite om Popeye, gevolgd door zijn wereldbekende liedje. Tegenwoordig noemen we dat in televisietermen een backdoor-pilot: via een populaire serie een andere lanceren.


Brotherly Love (1936)


Popeye the Sailor (1933)

Alle elementen die we associeren met Popeye waren aanwezig: de strijd met Bluto om Olive die Popeye verliest tot hij een blik spinazie wegwerkt. Toch bestond deze formule niet voor de Fleischer animatieserie. In de strip kwam Popeye af en toe Olive het hof maken, maar Bluto was niet zijn rivaal. Bluto was zelfs maar een enkele maal voorgekomen in de strip. Ook het directe verband tussen zijn superkracht en spinazie is een uitvinding van de Fleischers.
Popeye zou geen Fleischer animatie zijn als er geen karakteristieke charme aan verbonden was. In een groot deel van de shorts is Popeye een politiek incorrecte, immorele bruut die inslaat op alles dat op zijn pad komt, zelfs volle treinen, indianen, en een oerwoud vol dieren. Meestal resulteert dit in een van de bekende transformatiegrappen, zoals een stier die met een goedgerichte klap verandert in een kraampje vol vleesproducten. Popeye's naam staat zelfs symnoniem aan geweld: een popeye is een dichtgeslagen oog. Het ene oog van de zeeman is dan ook permanent dicht. De dynamiek tussen Popeye en Bluto wordt hillarisch doordat de Fleischers nadruk leggen op wat een verschrikkelijk onaantrekkelijke vrouwe Olive Oyl is. Daarbovenop is ze ontzettend wispelturig, omdat ze regelmatig tussen de rivalen onderling wisselt in haar affecties.


A Clean Shaven Man (1936)

Op technisch niveau voerden de Fleischers hun zogenaamde stereo-optical process door. Dat wil zeggen dat de animatie met enige regelmaat gefilmd werd voor een in drie dimensies bewegende maquette. In de praktijk leek het of Popeye door een weerderige 3D achtergrond liep. Het was een logische opvolging na het werk dat ze met de rotoscoop deden in live-action materiaal. Max Fleischer had een levenslange obsessie met uitvinden, dus het is waarschijnlijk dat ook deze uitvinding van zijn hand was.
Al deze elementen zorgden ervoor dat Popeye ontzettend populair werd. Het kwam in die tijd voor dat de bezoekers vooral naar de bioscoop kwamen voor de animatieshorts en de lange bioscoopfilm niet lieten beginnen voordat de animatieshort meerdere malen was afgespeeld. Disney's Mickey Mouse was toen op de piek van zijn populariteit en zelfs hij werd overtroffen door Popeye. Hierdoor konden de broers een drietal kleurenshorts van dubbele lengte produceren, alledrie met een Arabische setting.
Popeye's populariteit gaf de Fleischers mogelijkheden, maar trok ook de aandacht van mediamagnaat William Randolph Hearst, die merkte dat Popeye vooral populair was bij kinderen en opdracht gaf om hem kindvriendelijker te maken. Dit klonk eerst alleen door in de strip. Segar's oplossing was het vriendelijker maken van Popeye en de introductie van zijn vader, Poopdeck Pappy. Poopdeck was in feite Popeye met een baard en nu de geweldenaar die Popeye aanvankelijk was. Na tweederde van de totale output van de Fleischer Popeye's drong de lange arm van Hearst uiteindelijk ook door. Ook hier werd Pappy toegevoegd, samen met een aantal andere Segar karakters om Popeye minder tegen mensen te laten vechten. Paradoxaal genoeg predikt Popeye zelfs ineens tijdens een stierengevecht over 'cruelty for animals', waar hij eerder een stier tot slagersproducten had gereduceerd. Het spreekt voor de Fleischers dat de kwaliteit van de shorts door deze politieke correctheid niet direct achteruit gaat.

A Dream Walking (1934)


Popeye the Sailor Meets Sindbad the Sailor (1936)

De Fleischer Studio produceerde 108 Popeye shorts voordat distibuteur Paramount het bedrijf vernietigde. Daarover meer details in de volgende feature. De ondergang van de Fleischers zorgde ervoor dat het Paramount bedrijf Famous Studios het licensing contract overnam en beduidend mindere kwaliteits-animatie leverde tot 1957.
De Fleischer Popeye's creërden een stramien voor animatieshort waarin het komische geweld escaleert tot het einde. Deze formule werd later gevolgd door MGM's Tom and Jerry en Warner's Looney Tunes. Ook doen de extreme transformatiegrappen en het af en toe spelen met het filmmedium denken aan het latere werk van Tex Avery bij MGM en Warner. Tegen het einde van de Popeye serie produceerden de Fleischers een animatieserie voor een ware superheld: Superman.

dinsdag 8 juli 2008

Fleischer Studios feature deel 2 - Betty Boop

Fleischer Studios was lange tijd een belangrijke concurrent van Disney. In plaats van zich eveneens te concentreren op schattige diertjes en realistisch geanimeerde situaties koos Fleischer juist voor het tegendeel: optimaal gebruik maken van de speelsheid die inherent is aan het animatiemedium met een grote hoeveelheid surrealisme. Dit gaf het bedrijf twintig jaar lang succes en bekendheid, tot het in 1941 werd overgenomen door Paramount. In deze features worden Fleischer's opmerkelijke animatieseries beschouwd en gekoppeld aan de ontwikkeling van Fleischer Studios.



Tegenwoordig kennen we Betty Boop vooral van merchandise als shirts, tassen en koffiemokken. Recent is zelfs een energiedrankje dat haar naam draagt verschenen. De meeste mensen zien Betty als een sex-symbool, maar kunnen niet echt vertellen waarom. Toch heeft dit culturele sentiment een historische oorsprong. Na het debuut van de geluidsfilm waren er vele animatiestudio's actief. De Fleischer Studio kon niet meer met alleen haar karakteristieke humor overleven. Koko de clown haalde het bij lange na niet bij karakters als Disney's Mickey Mouse en Messmer's Felix.

Na de komst van de geluidsfilm hadden de Fleischers twee series. De Screen Songs waren muzieknummers begeleidt door animatiefiguren en de zogenaamde 'bouncing ball' die de tekst aangaf. Op animatieniveau stelde de serie niet zo veel voor. Het ging hier vooral om simpel vermaak met populaire nummers, de meeste waarvan tegenwoordig niet de moeite waard zijn. In de jaren dertig speelden echter enkele jazz muzikanten voor de Screen Songs en dit legde vermoedelijk contacten tussen de Fleischers en de New Yorkse jazz scene, die later van belang zullen blijken.


Any Rags (1932)


Old Man of the Mountain (1933)

Tegelijk met de Screen Songs starte in 1929 de Talkartoons. Hoewel de Screen Songs erg succesvol waren, voelden de Fleischers het verlangen om zich te meten met Disney in ware animatieshorts. Koko's honden-compaan Fitz uit de latere Out of the Inkwells kreeg een radicale make-over en werd Bimbo, de ster van de Talkartoons. Bimbo was een brutaal en dominant karakter, bedoeld om zich te kunnen meten met sterkarakters van andere animatiestudio's. Ook Koko kwam uit pensioen om de Talkartoons te versterken.
In Dizzy Dishes (1930) debuteerde Bimbo's vriendinnetje Betty Boop. Ze was gedesigned door Grim Natwick naar het uiterlijk van zangeres Helen Kane. Aanvankelijk was ze nog een poedel, maar ze bezat de nodige sexappeal. Ze was het eerste vrouwelijke animatiekarakter dat er beduidend vrouwelijk uitzag. In die tijd zag men regelmatig de onderbroek Minnie Mouse, maar bij Betty Boop werd dit innuendo van voorzien van echte lading: iedereen wilde Betty's ondergoed zien. De Fleischers zagen Betty's populariteit stijgen en veranderden haar in een volledig mens. Ze kreeg steeds meer een centrale rol in de Talkartoons tot deze in 1933 plots werden stopgezet.
Volgens de censuurwetten van de Production Code kon Bimbo niet meer het vriendje van Betty zijn, omdat dit bestialiteit zou impliceren. Als gevolg hiervan verdween Bimbo van toneel en kreeg Betty haar eigen serie: de Betty Boop Cartoons.



I'll be Glad When You're Dead You Rascal You (1932)

De Betty Boop shorts bereikten een niveau van sexueel innuendo dat pas in de jaren zeventig geëvenaard zou worden. Ondanks haar sexualiteit was Betty nogal meisjesachtig en dit uitte zich in haar speelsheid met mannen. Regelmatig werd gesuggereerd dat een villain Betty wil verkrachten, een nu nog ongekende gebeurtenis in komische animatiefilms. Middels de bekende Fleischer transformatiegrappen pogen zelfs af en toe niet levende objecten als meubels Betty van haar jurkje te ontdoen. Nu klinkt dit misschien nogal vrouwonvriendelijk, maar Betty was ook behoorlijk zelfstandig en bewust van haar effect op mannelijke figuren.
Met name de Talkartoons schetsten een bizar universum waarin Betty meestal de enige mens is in een veelal door antropomorfische dieren gevulde wereld waar alles lijkt te leven, van boten tot bliksem en de zon.
Neem bijvoorbeeld het absurdisme van Old Man of the Mountain (1933), waarin alle dieren angstig uit het bos vluchten voor de old man of the mountain. Betty besluit om hem de les te gaan lezen. Bergopwaards springt een vis uit een waterplas en loopt verlekkerd achter Betty aan, om vervolgens te worden weggesleurd door zijn echtgenote. De Old Man blijkt een bovenmenselijk sterke gerotoscopete Cab Calloway te zijn, alle karakters zingen hun dialoog op de maat van Calloways nummer. Ondertussen wordt geimpliceerd dat de oude man een koe heeft verkracht en heeft opgezadelt met drie bebaarde koters.
Betty werd in haar hoogtijperiode bijgestaan door muziek van bekende jazz muzikanten als Cab Calloway en Louis Armstrong. Dit droeg bij aan Betty's hippe jazzy imago. Ondertussen was Betty populairder dan Disney's shorts, met name omdat de humor meer op volwassenen was gericht omdat die vaker de bioscoop bezochten. Af en toe verschijnt in die tijd een sullig muisje, wellicht is dit een parodie op Disney's Mickey Mouse.
De Fleischers kozen zelfs Betty Boop om in hun eerste kleurenfilm te spelen: Poor Cinderella (1934) Vanuit deze short lanceerde de Fleischer Studio de nieuwe serie Color Classics.


Any Rags (1932)


Betty Boop's May Party (1933)

Helaas trok Betty's succes ook censuur aan. De National Legion of Decency en de Production Code maakten sexualiteit taboe: Betty ging van vlotte onafhankelijke vrouw naar ongeëmancipeerde huisvrouw. Om dit moederlijke karakter te stimuleren werd het kindfiguur Henry geïntroduceerd. Zelfs Betty's karakteristieke jurkje werd gekuisigd. Hoewel de kwaliteit niet onmiddelijk achteruit ging, bleek deze censuur uiteindelijk wel de doodstrop voor de populariteit en de creativiteit rond het karakter. In 1939 verscheen de laatste Betty Boop short.
Analoog aan het succes van Betty Boop produceerden de Fleischers de Popeye serie, die minstens zo populair was.

Volgende Fleischer feature: Popeye

zaterdag 5 april 2008

Fleischer Studios feature deel 1 - Out of the Inkwell

Fleischer Studios was lange tijd een belangrijke concurrent van Disney. In plaats van zich eveneens te concentreren op schattige diertjes en realistisch geanimeerde situaties koos Fleischer juist voor het tegendeel: optimaal gebruik maken van de speelsheid die inherent is aan het animatiemedium met een grote hoeveelheid surrealisme. Dit gaf het bedrijf twintig jaar lang succes en bekendheid, tot het in 1941 werd overgenomen door Paramount. In deze features worden Fleischer's opmerkelijke animatieseries beschouwd en gekoppeld aan de ontwikkeling van Fleischer Studios.



Net als bij Disney begint het succesverhaal van Fleischer met technische innovatie. Max Fleischer vond de rotoscope uit, waardoor extreem realistisch geanimeerd kon worden op basis van live-action beelden. Max animeerde zijn broer Dave, die in het New Yorkse pretpark Coney Island als werkte in zijn clownskostuum. In plaats van te kiezen voor een volledig realistische animatiefilm, koos Max voor een revolutionaire framing device: hij werd afgebeeld in live-action beelden als de tekenaar die de clown, nu Koko genaamd, tekende. We zien hem achter zijn tekentafel en daarna zien we zijn hand met een inkpen de clown tekenen. Wanneer hij zijn creatie beu is deponeert hij hem terug in de inktpot. Na enkele experimentele films resulteerde dit in de titel van de animatieserie, Out of the Inkwell, en de oprichting van een gelijknamig bedrijf. Pas enkele jaren later, bij het aanvangen van een nieuwe serie ging Max en Dave's bedrijf ook daadwerkelijk Fleischer Studios heten.



The Tantalizing Fly (1919)

De interactie tussen animatie en live-action was extreem innovatief in 1914. Was dit echter het enige dat Out of the Inkwell bijzonder maakte, dan zou men snel de aandacht van de bioscoopbezoeker verliezen. Gelukkig was er ook narratieve innovatie in de vorm van de wisselwerking tussen creator en creatie. Hieruit volgt veel van de humor. Max Fleischer wil als tekenaar zijn tekening kunstjes laten vertonen en daar verzet Koko zich tegen. Meestal is hij hem hierbij te slim af door de mogelijkheden die bij zijn status als animatiekarakter horen. Deze vorm werd gesublimeerd in de Looney Tunes short Duck Amuck, met een iets minder gunstige uitkomst voor Daffy Duck.


Trip to Mars (1924)

Hoewel Koko vaak ten dele gerotoscoped is, ging de expressiviteit van de animatie in dit tijdperk nog slechts met kleine stapjes vooruit. Veel animatieconventies dienden simpelweg nog worden uitgevonden en daarom leunden soortgelijke animatiefilms nog op stripconventies zoals sterretjes en snelheidslijnen. Pas een jaar voor het eindigen van Out of the Inkwell (in 1929) kwam de eerste geluidsanimatiefilm Steamboat Willie, dus speachbaloons en titlecards zijn de enige mogelijkheden om dialogen over te brengen. Gelukkig weten de Fleischers hoe ze dit tot een minimum kunnen houden door de lichaamstaal van Koko, die meestal niet kan praten.
De inmengeling van de bijna goddelijke hand van Fleischer zorgt op zichzelf al voor absurdisme, maar ook in de animatie vinden bizarre transformaties van niet levende naar levende objecten plaats. Deze transformaties staan tegenwoordig bekend als een Fleischer trademark en staan symbool voor de speelsheid die animatie verloren heeft.


Bed Time (1923)


Jumping Beans (1922)

De komst van geluid betekende het einde van Out of the Inkwell. De Fleischers begonnen twee nieuwe series: de Screen Songs, met figuren die dansen op een liedje met de bekende bouncing ball (de voorloper van de videoclip) en de Talkartoons. In de latere Out of the Inkwells kreeg Koko een hondcompaan: Fitz. Dit karakter ontpopte zich in de Talkartoon serie als Bimbo, de brutale hond in een wereld vol antropomorfistische dieren. Dit vergrootte het surrealisme zonder schattig te worden en zou uiteindelijk leiden tot Fleischer Studios' megaster Betty Boop.

dinsdag 5 februari 2008

Quince Tree of the Sun


Quince Tree of the Sun (1992)

Staat u wel eens stil bij de de monumentale taak van kunstenaars die de werkelijkheid ongereduceerd willen weergeven? De Spaanse Antonio Lopez schildert de quince boom in zijn achtertuin. Een quince is verwant aan de appel en de peer en groeit hoofdzakelijk in zuid Europa. Antonio wil de rijpheid van de vruchten aan de boom en de manier waarop de zon daarop schijnt weergeven. Het realistisch afbeelden van een levend organisme is echter niet gemakkelijk. In de vele maanden die hij werkt, vecht hij tegen de tijd, want de vruchten blijven niet eeuwig hangen.


De film houdt midden tussen documentaire en fictie. Dat gebeurt op een heel bijzondere manier. Geen voice-overs, alleen gesprekken die we toevallig opvangen. Of we die wel toevallig opvangen weten we nooit, maar het zal de oplettende kijker opvallen dat sommige dingen wel heel toevallig worden opgenomen. Quince Tree of the Sun laat de kijker volledig vrij. Geen spannende actie of drukke overgangen, maar heerlijk rustige beelden die ons als waterstroom passeren. Door de afwezigheid van gekunstelde dwang gaat men als kijker op een filosofische wijze nadenken over de betekenis van het handelen.

Is Antonio gek dat hij dit werk onderneemt? Hij vertoont in ieder geval kenmerken van waanzin door de methoden die hij hanteert. Hij heeft een horizontale en een verticale lijn gespannen om zijn werk te framen en vervolgens precies aangegeven waar hij moet staan. De boom zelf wordt ook steeds meer getekend door verfstrepen die hem bijstaan. Antonio is ook bezeten door zijn werk, zoals hij een bezoekende studievriend vertelt. Halverwege de film geeft hij het schilderij op en besluit hij toch liever een schets te maken. In feite keurt hij de realiteit af.

Regisseur Victor Erice trekt langs Antonio's werk enkele paralellen. Terwijl hij in de tuin werkt, verbouwen Poolse werkers langzaam zijn huis. Zij hebben wel tijd voor andere dingen naast hun werk, zoals het leren van Spaans. De aantrekkingskracht van de quinces is voor hun een raadsel: ze smaken niet lekker. Tegen het einde komt de parallel waar menig kijker al de hele film over peinst naar voren: het schilderen van Antonio als filmmaken. Dit wordt pijnlijk duidelijk als Antonio vervangen wordt door een camera in de tuin. Antonio zelf heeft zijn werk ondertussen opgegeven omdat de quinces van de boom aan het vallen zijn. In een uiterst symbolische scene schildert zijn vrouw hem op zijn doodsbed, waarop hij als gewillig model uitgeput in slaap valt.


De mysteries die aan de kijker worden overgelaten maken deze film tot een meesterwerk. Een goed voorbeeld is te vinden in het gesprek tussen Antonio en zijn studiegenoot. Ze herinneren zich dat een leraar vroeger altijd zei dat hun werk 'voller' moest zijn. 'Vroeger durfden we niet te vragen wat dat betekende, maar nu snap ik het. Het is héél belangrijk.' Zijn studiegenoot beaamt dat. Wij moeten de betekenis van 'voller' maar zelf ontdekken. Dit is geen middelvinger maar juist een geschenk voor de kijker. De film sluit eveneens met een raadsel: alles is een reflectie, een schilderij, film, het licht van de maan. Welke realiteit valt nog te extrapoleren uit dit schaduwspel? Wellicht is dit de reden dat Quince Tree of the Sun geen documentaire noch een fictie is.

zaterdag 19 januari 2008

La Antena


La Antena (2007)

Hallucinour en surreel. La Antena is een ode aan expressionistische silent films. Een stad lijdt onder het regime van Mr. Tv, die de stem van alle inwoners gestolen heeft, waardoor iedereen zich noodgedwongen uitdrukt in zinnen die om hen heen hangen. Daar neemt Mr. Tv geen genoegen meer, want hij wil hen ook de woorden afnemen zodat de stad compleet aan zijn voeten ligt. Een gebroken familie die ieder met een brandmerk door het leven gaan komen in opstand.



De film doet niet moeilijk om het feit dat ze een aanklacht tegen fascisme en minderhedenvervolging neerzet. De machine van Mr. Tv krijgt de vorm van een hakenkruis en de concurerende La Antena die van een Davidster. Tv wil het volk zijn vrijheid van meningsuiting afnemen. Gelukkig onthoudt de film zich van moralistisch gepaternaliseer en heeft het in ere herstellen van de familie veel meer resonantie. Zoals de grote silent films waaraan La Antena zijn inspiratie ontleent, wordt dit gebracht met puur visueel middel: een verscheurde foto die met der tijd in ere hersteld wordt. Niet alleen voor ons een symbool voor de familie, maar ook voor de hoofdpersonen. De titlecards, die bij de oude films de snelheid wegnamen, verwerkt La Antena op een revolutionaire manier in het verhaal en de beelden zelf. De mensen zijn zich bewust dat ze op met geschrift communiceren en kijken er regelmatig sip naar, of manipuleren de woorden. Dit maakt een prachtige brug tussen de vlottere moderne films en de prachtig trage silent films. Hierdoor is La Antenna toegankelijk voor mensen die normaal de concentratie niet kunnen opbrengen om naar een silent te kijken.
Hoewel veel mensen ze als overbodig zien, hebben silents ons nog veel te bieden. Zonder geluid was men gedwongen op een visueele manier verhalend te zijn. Dit leidde tot prachtige expressionistische films Das Cabinet des Dr. Caligari, Nosferatu en M. Hun visuele stijl wordt ten dele in leven gehouden door Tim Burton, maar er zijn een groot aantal prachtige filmtechnieken die we sindsdien vergeten zijn. La Antena brengt er een aantal terug: de titlecards - danwel interactief - het gedeeltelijk sluiten van de lens om de aandacht op iets bijzonders te richten en zelfs stop-motion, dood binnen live-action films sinds de jaren '80.


Tot nu toe nog buiten beschouwing gelaten is de bizarheid van La Antenna. Die uit zich in vreemde personnage's zoals een SS rat en een jongen zonder mond, maar wordt nooit zo overdreven dat het met de integere en emotionele sfeer breekt.
Het resultaat is een emotioneel krachtige film die de visuele stijl van het expressionisme toepast op onze tijd. Dat maakt La Antena niet een simpele homage, maar een heropleving van het expressionisme. Waarom zouden we niet weer films zonder dialogen gaan maken? Veel filmmakers kunnen wel wat oefening gebruiken in puur visueel een film maken. Wat dat is de basis van het medium. Het geluid is bijzaak, dat kwam pas later.